Vraagbaak: Klopt het dat alcohol en de pil het risico op borstkanker ongeveer evenveel verhogen?

Het drinken van alcohol verhoogt het risico op verschillende vormen van kanker, waaronder borstkanker. Hoe groot is die invloed van alcohol op borstkanker? Welke risicofactoren zijn er nog meer en welke factoren beschermen juist tegen borstkanker? En is de risicoverhoging door het drinken van alcohol ongeveer vergelijkbaar met het slikken van de anticonceptiepil?

Hoe groot is de invloed van alcohol op borstkanker?
De verhoging van het risico op krijgen van borstkanker begint al bij één alcoholische consumptie per dag. Een vrouw jonger dan 75 jaar heeft 8,8% kans om borstkanker te krijgen. Bij iedere 10 gram alcohol per dag (ofwel een standaardglas per dag) stijgt het risico met 8% (van 8,8 naar 9,5%). Dit geldt voor een standaardglas bier, wijn én sterkedrank. Het gaat puur om het effect van alcohol1.

 

Absolutie en relatieve risico’s
Bij het risico op het krijgen van een aandoening zijn twee soorten risico’s van belang: het absolute en het relatieve risico.

Absolute risico
Het absolute risico laat zien hoeveel personen in een populatie waarschijnlijk te maken krijgen met een aandoening.

In dit stuk gaat het over borstkanker. Voor vrouwen onder de 75 jaar is het absolute risico op het krijgen van borstkanker 8,8%, dus bijna 9 op de 100 vrouwen.

Relatieve risico
Het relatieve risico is een wetenschappelijke maat die laat zien hoe invloedrijk een bepaalde risicofactor (gendefect, roken etc.) is. Een relatief risico onder de 1 geeft een verlaagd risico aan, boven de 1 een verhoging.

Als het relatieve risico bijvoorbeeld 3 is, dan betekent dit dat het risico 3 keer zo groot is in de groep die de risicofactor met zich meedraagt. In het voorbeeld van borstkanker is dat dan 3 x 8,8% = 26,4 % Dus ongeveer een kwart per 100 vrouwen.

Is bijvoorbeeld het relatieve risico 0,9, dan is het risico 10% lager. Dus bij borstkanker 0,9 x 8,8% = 7,9%. Bijna 8 op de 100 vrouwen.

 

Figuur 1. Stijging van het absolute risico op borstkanker bij toename alcoholconsumptie1

 

Welke risicofactoren zijn er nog meer voor borstkanker?

-        Erfelijkheid

Het is bekend dat erfelijkheid een rol speelt bij het ontstaan van borstkanker. Vrouwen met een mutatie van het BRCA1 of BRCA2 gen hebben een 40 – 85% hoger risico dan vrouwen zonder deze mutatie. Deze genen zijn ook betrokken bij eierstokkanker.

-        Borstkanker in de familie

Vrouwen waar borstkanker in de familie voorkomt hebben een 5 – 10% hoger risico op borstkanker.

-        Eerdere borstaandoening

Wanneer iemand al borstkanker heeft gehad dan is de kans aanwezig dat het terugkeert. 15 – 20% van de vrouwen krijgt binnen 20 jaar na de diagnose borstkanker, voor de tweede keer deze diagnose. Ook sommige goedaardige borstaandoeningen kunnen het risico verhogen (met 10 – 15%), zoals bijvoorbeeld een papilloom (gezwel in de hoofdmelkgangen).

-        Leeftijd in het algemeen

Vrouwen voor de menopauze hebben vaker borstkanker dan na de menopauze. Tot de menopauze verdubbelt het risico op borstkanker iedere 10 jaar tot de menopauze. Daarna neemt het risico minder snel toe. Hoe ouder je wordt hoe hoger het risico.

-        Leeftijd menstruatie en menopauze

Vrouwen die vroeg menstrueren (<12 jaar) hebben een 30% hoger risico dan wanneer de menstruatie na het 14e levensjaar begint. Een vroege menopauze heeft een beschermende werking. Vrouwen die na hun 55e levensjaar in de menopauze komen hebben een twee keer zo hoog risico vergeleken met vrouwen die voor hun 45e in de menopauze komen.

-        Leeftijd tijdens zwangerschap

Vrouwen die nooit zwanger zijn geweest hebben een tweemaal zo hoog risico op borstkanker dan vrouwen die wel een volledige zwangerschap hebben doorgemaakt wanneer zij jonger dan 35 jaar zijn. Bij een zwangerschap >35 jaar is het risico gelijk aan dat van een vrouw die geen kinderen heeft gekregen.

-        Lichaamsgewicht

Na de menopauze zorgt overgewicht voor een verhoogd risico op borstkanker, tot wel 50%. Dat is een verdubbeling van het risico ten opzichte van een persoon met een gezond gewicht.

-       Orale anticonceptie

Het gebruik van orale anticonceptiemiddelen (de pil) verhoogt het risico op borstkanker met 24%. Het risico neemt af wanneer men stopt met de orale anticonceptie. Er is tot 10 jaar na het stoppen nog een licht verhoogd risico op borstkanker. In onderstaande tabel is het relatieve risico weergegeven. Een risico onder de 1 geeft een verlaagd risico aan, boven de 1 een verhoging.

 

Tabel 1. Relatief risico op borstkanker bij gebruik en na stoppen orale anticonceptie4

 

Gebruik anticonceptie

Relatieve risico

>10 jaar gestopt

1

5 – 9 jaar gestopt

1,07

1- 5 jaar gestopt

1,16

Gebruiker

1,24

-       Hormoonvervangende therapie

Vrouwen kunnen hormoonvervangende therapie starten wanneer zij de menopauze hebben doorgemaakt. Hiermee wordt niet anti-hormoontherapie bedoeld ter behandeling van borstkanker. Het doel van de hormoonvervangende therapie is om postmenopauzale klachten te voorkomen. Vaak bestaat het uit oestrogeen of een combinatie van oestrogeen en progesteron. Een resultaat van hormoontherapie is dat het borstweefsel dichter kan worden. Dit verhoogt het risico op borstkanker. Hoe langer de therapie wordt gebruikt, hoe hoger het risico. Bij gebruik van meer dan 10 jaar stijgt het risico met 35% vergeleken met een niet-gebruiker2-5.

 

Welke factoren beschermen tegen borstkanker?
Naast de risicofactoren voor borstkanker, zijn er ook een paar beschermende factoren bekend. Ze worden hier beschreven.

-       Vetmassa lichaam

Na de menopauze zorgt een hoge vetmassa in het lichaam voor een verhoogd risico op borstkanker. Vóór de menopauze heeft het juist een beschermende werking. Het is nog onduidelijk welk mechanisme hierbij een rol speelt. Het risico op borstkanker na de menopauze (relatief risico: 2) door overgewicht is hoger dan de beschermende factor voor de menopauze (relatief risico 0,7). Het Wereld Kanker Onderzoeksfonds geeft daarom aan dat de beschermende factor wordt overstemd door het latere hoge risico van overgewicht5. Het is daarom verstandig om te proberen overgewicht te voorkomen of bij bestaand overgewicht af te vallen.

-       Fysieke activiteit

Beweging beïnvloedt waarschijnlijk het risico op borstkanker, doordat de insulinegevoeligheid toeneemt en de hoeveelheid circulerende geslachtshormonen afneemt. Ook helpt het bij de preventie van overgewicht en dus ook tegen een te hoge vetmassa. Het risico neemt met 10% af wanneer je iedere dag 30 – 60 minuten matig tot intensief beweegt (bijvoorbeeld stevig wandelen of hardlopen)5-6.

-       Lactatie

Het geven van borstvoeding verlaagt het risico op borstkanker. Er gaan veel borstcellen dood en worden vernieuwd tijdens een periode van lactatie, kwaadaardige cellen worden hierdoor verwijderd. Ook zijn er minder geslachtshormonen in het lichaam gedurende lactatie5. Het relatieve risico neemt met 4,3% af voor iedere 12 maanden dat er borstvoeding wordt gegeven. Daarnaast daalt het relatieve risico verder wanneer een volgend kind wordt geboren en borstvoeding krijgt en wanneer er op jonge leeftijd borstvoeding wordt gegeven (<20 tot 29 jaar)7.

 

Is de risicoverhoging door het drinken van alcohol ongeveer vergelijkbaar met het slikken van de anticonceptiepil?
Ja, als je de anticonceptiepil slikt is je risico 24% verhoogd. Dit staat ongeveer gelijk aan het verhoogde risico als je drie standaardglazen per dag drinkt. Uiteraard is het als vrouw beter als je drinkt, om het te houden bij maximaal één standaardglas per dag.

Er zijn vele risicofactoren die een rol spelen bij het ontstaan van borstkanker. Zo heeft leeftijd een hele grote invloed op het ontstaan van borstkanker. En hormonen spelen een grote rol. Maar het blijft onduidelijk wat de precieze mechanismen achter het ontstaan van borstkanker zijn. Ook is het niet bekend of dit alle risicofactoren voor borstkanker zijn of dat er meer een mogelijke rol spelen. Er zijn ook een aantal beschermende factoren bekend, waaronder fysieke activiteit. Een gezonde leefstijl kan dus ook een rol spelen bij borstkanker. Het feit dat er naast alcohol nog meer risicofactoren zijn voor borstkanker, geeft geen vrijbrief om niet te letten op de alcoholconsumptie.

Het Wereld Kanker Onderzoeksfonds en de Gezondheidsraad adviseren volwassenen die gewend zijn alcohol te drinken hun consumptie te beperken tot voor vrouwen maximaal één standaardglas per dag en voor mannen tot twee standaardglazen per dag. Daarnaast geeft het Wereld Kanker Onderzoeksfonds (WCRF) aan dat om kanker te voorkomen het beter is om geen alcohol te drinken. Ondanks dat alcoholconsumptie het risico op borstkanker verhoogt, heeft het bij deze hoeveelheden ook gunstige gezondheidseffecten zoals een beschermende werking tegen hart- en vaatziekten. Om het risico op kanker in zijn algemeen zo laag mogelijk te houden kun je het beste zo gezond mogelijk eten en leven, zie: Verklein de kans op kanker.

 

Bronnen

  1. Singletary KW, Gapstur SM. Alcohol and Breast Cancer: Review of Epidemiologic and Experimental Evidence and Potential Mechanisms. JAMA 2001; 286: 2143 – 2151
  2. KWF Kankerbestrijding e.a. Informatie over risicofactoren voor borstkanker. Gevonden op 8 december 2014. https://www.kanker.nl/bibliotheek/borstkanker/wat-is/284-risicofactoren-van-borstkanker
  3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Informatie over risicofactoren voor borstkanker. Gevonden op 8 december 2014. http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/kanker/borstkanker/welke-factoren-beinvloeden-de-kans-op-borstkanker/
  4. McPherson K, Steel CM, Dixon JM. ABC of Breast Diseases, Breast cancer-epidemiology, risk factors and genetics. BMJ 2000; 321: 624 – 628
  5. World Cancer Research Fund / American Institute for Cancer Research. Continuous. Update Project Report. Food, Nutrition, Physical Activity, and the Prevention of Breast Cancer. 2010
  1. Wu Y, Zhang D, Kang S. Physical activity and risk of breast cancer: a meta-analysis of prospective studies. Breast Cancer Res Treat 2013; 137:869 – 882
  2. Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer. Breast cancer and breastfeeding: collaborative reanalysis of individual data from 47 epidemiological studies in 30 countries, including 50302 women with breast cancer and 96973 women without the disease. Lancet 2002; 360: 187 – 95.

 

 Tabel 2: Overzicht van het relatieve risico per risicofactor voor borstkanker bij vrouwen4-5

 

Factor

Relatief risico

Hoog risico groep

Leeftijd

>10

Ouderen

Kanker in de nog niet aangedane  borst

>4

 

Eerdere goedaardige borstaandoening

4 – 5

Atypische hyperplasie

Leeftijd eerste menstruatie

3

Menstruatie <12 jaar

Blootstelling aan straling

3

Verhoogde blootstelling van vrouwen >10 jaar

Leeftijd eerste volledige zwangerschap

3

Leeftijd >35 jaar

Familiegeschiedenis (erfelijkheid)

≥2

1e graads borstkanker op jonge leeftijd

Leeftijd start menopauze

2

Menopauze >55 jaar

Lichaamsgewicht postmenopauze

2

BMI >35

(BMI= kg lichaamsgewicht/lengte*2)

Voedingspatroon

1,5

Hoge inname van verzadigd vet

Overmatige alcoholconsumptie

1,3

>3 standaardglas alcoholische drank per dag

Inname van hormonen:

 

 

       Orale anticonceptie

1,24

Alleen tijdens gebruik

       Hormoontherapie

1,35

Bij gebruik ≥10 jaar

Matige alcoholconsumptie

1,08

≤1 standaardglas alcoholische drank per dag

 

1

 

Lactatie gedurende 12 maanden

0,96

 

Fysieke activiteit

0,9

 

Vetmassa premenopauze

0,7

BMI >35