Diabetes type 2

Doordat bier alcohol bevat, kan het invloed hebben op diabetes. Er is vrij sterk wetenschappelijk bewijs dat alcoholconsumptie tot 24 g per dag het relatieve risico op diabetes type 2 tot 30% kan verlagen. Bij mensen die diabetes hebben, kan matige alcoholconsumptie de bloedglucosespiegel verbeteren. Dit verlaagt hun risico op hart- en vaataandoeningen en sterfte.

Direct naar:
Diabetes in Nederland
Diabetes in Europa
Alcoholconsumptie en het risico op diabetes type 2
Verklaringen voor het gunstige effect van matige alcoholconsumptie
Alcoholconsumptie van mensen met diabetes
Wat is type 1 diabetes?
Wat is diabetes type 2?
Wat zijn de risicofactoren voor diabetes type 2?
Bier: hoge glycemische index versus een laag diabetesrisico
Onthoud: De meeste mensen met diabetes kunnen veilig bier drinken, mits met mate
 

Diabetes in Nederland
Diabetes type 2 is een toenemend probleem, zowel in Nederland als in de rest van de wereld. Men verwacht dat er over een paar jaar één miljoen Nederlanders diabetes zullen hebben. De term ouderdomssuikerziekte is ook enigszins achterhaald omdat steeds jongere mensen deze vorm van suikerziekte krijgen. Mensen met diabetes type 2 hebben een grotere kans op gezondheidsproblemen zoals bijvoorbeeld hart- en vaatziekten. Het is dus maatschappelijk gezien een uitermate relevante ziekte waarbij zeer zeker geldt dat voorkómen beter is dan behandelen.
 

Diabetes in Europa
In Europa zijn er ongeveer 60 miljoen mensen met diabetes (type 1 en type 2; zie het kader over Achtergrond van diabetes). Diabetes komt steeds meer voor: in sommige landen is het percentage al 10–12%.145Ook zijn er veel mensen met diabetes zonder dat zij dat weten. In Europa is waarschijnlijk één op de drie mensen met diabetes zich daar niet van bewust.146 Mensen met diabetes overlijden aan hart- en vaataandoeningen (50%), voornamelijk coronaire hartziekte en beroerte, of aan nierfalen (10–20%).145,147,148

Alcoholconsumptie en het risico op diabetes type 2
Populatiestudies laten een J-vormige relatie zien tussen alcoholconsumptie en het risico op diabetes type 2 (zie figuur 7). Vergeleken met niet-drinkers hangt de consumptie tot 24 g alcohol per dag samen met gemiddeld een 30% lager relatief risico op diabetes type 2. Voor vrouwen is het effect echter veel duidelijker dan voor mannen. Onderzoeken suggereren een beschermend effect tot 25% voor mannen en tot 45% voor vrouwen.149-151 Een andere meta-analyse laat zien dat het positieve effect alleen voor vrouwen en niet-Aziatische bevolkingsgroepen geldt.152 Hogere alcoholconsumptie geeft een vergelijkbaar of hoger risico op diabetes type 2 vergeleken met niet-drinkers.149-152 Het verschil in risicoreductie tussen mannen en vrouwen komt deels door lichaamsvetverdeling151, de omzetting van alcohol in het lichaam153 of drinkpatronen.154

Figuur 7. Relatie tussen alcoholconsumptie en risico op diabetes type 2149

Effecten van de levensstijl
Het verband tussen matige alcoholconsumptie en diabetes type 2 wordt waarschijnlijk niet verklaard door een gezondere levensstijl. Mensen die al een lager risico op diabetes type 2 hadden (gezond gewicht, veel bewegen, niet-roken en een gezond dieet) en 5–14,9 g (vrouwen) en 5–29,9 g (mannen) alcohol per dag consumeerden, hadden een extra 44% lager relatief risico om diabetes type 2 te krijgen (zie figuur 9).156

Figuur 9. Risico op diabetes type 2 bij alcoholconsumptie in relatie met gezonde levensstijlfactoren156

 

Tijdelijke en omkeerbare effecten
Een vierjarige follow-up studie laat zien dat het effect van alcohol op het risico op diabetes wellicht tijdelijk en omkeerbaar is. Een afname in alcoholconsumptie van 5­30 g per dag naar 0–5 g per dag gaat samen met een lichte toename in het relatieve risico op diabetes type 2. Aan de andere kant verlaagt een toename van alcoholconsumptie van 7,5 g per dag bij niet-drinkers en mensen die minder dan 15 g per dag consumeren, het relatieve risico op diabetes type 2 met 10–20%.155

 

Verklaringen voor het gunstige effect van matige alcoholconsumptie

In interventiestudies zijn verschillende verklarende mechanismen onderzocht voor de invloed van alcoholconsumptie op het risico op diabetes type 2.

Verhoogde adiponectineniveaus
Bij mensen die 20–40 g alcohol per dag consumeerden, kwamen verhoogde adiponectineniveaus (10%) voor, vergeleken met niet-drinkers.121 Dit mechanisme verklaart 25­–30% van het verband tussen matige alcoholconsumptie en een lager risico op diabetes type 2 en is daarbij de belangrijkste factor.157 Adiponectine is een peptide met een signaalfunctie, en wordt afgescheiden door vetweefsel. Het verhoogt de insulinegevoeligheid.158 Hogere niveaus van adiponectine hangen samen met een lager risico op diabetes type 2.159 Verder is adiponectine omgekeerd geassocieerd met ontstekingsmarkers die samenhangen met het risico op diabetes type 2.160 Adiponectine wordt vooral afgescheiden door vetweefsel in de billen en benen161 wat kan verklaren waarom alcoholconsumptie vrouwen beter beschermt tegen diabetes dan mannen.

Verhoogde insulinegevoeligheid en afname nuchtere insuline
Alcoholconsumptie van minder dan 40 g per dag kan de insulinegevoeligheid verbeteren en de concentraties van nuchtere insuline verlagen in vrouwen, maar niet in mannen. Dit verklaart mogelijk ook de hogere risicoreductie bij matige alcoholconsumptie voor vrouwen, vergeleken met mannen.162 Het biologische mechanisme waardoor alcoholconsumptie de insulinegevoeligheid verbetert, is nog niet duidelijk. Alcohol beïnvloedt de vetverbranding sterk,116 en zou daarmee ook invloed kunnen hebben op de insulineresistentie en het risico op diabetes type 2. Een andere verklaring is dat acetaat, de belangrijkste metaboliet (een tussenproduct tijdens de omzetting in het lichaam) van alcoholoxidatie, remmend werkt op het vrijkomen van vetzuren uit vetweefsel, en daarmee de opname van circulerende vetzuren door de spieren tegengaat.163 Minder beschikbare vetzuren lijken de oxidatie van glucose en de insulinegevoeligheid te verhogen.164,165

Glycemische controle
Mensen die minder dan 40 g alcohol per dag drinken, hebben lagere niveaus van hemoglobine A1c (HbA1c) dan niet-drinkers.162 De concentratie van HbA1cin het bloed weerspiegelt de gemiddelde glucoseniveaus van de voorafgaande 8–12 weken en wordt gebruikt als maat voor de glycemische staat. Een laag niveau van HbA1c wijst op een betere glucoseregulatie. Het onderliggende mechanisme van de glycemische controle door alcohol is niet duidelijk, maar het is mogelijk dat alcohol het HbA1c verlaagt door de acute stijging van bloedsuiker na een maaltijd te onderdrukken en een insulinereactie te versnellen.162

Afname van ontstekingsfactoren
Alcoholconsumptie kan ontstekingsfactoren die samenhangen met diabetes type 2, zoals C-reactieve proteïne, verminderen.122,166,167 Onderzoek laat zien dat laaggradige ontstekingen al jaren voor het ontstaan van diabetes type 2 optreden.168

Alcoholconsumptie van mensen met diabetes

Matige alcoholconsumptie kan bij mensen met diabetes zowel de bloedsuikerspiegel als de aan diabetes gerelateerde complicaties beïnvloeden.

Hypoglycemische effect van alcohol
Alcohol heeft onmiddellijk effect op de omzetting van koolhydraten omdat het de productie van glucose door de lever tegengaat. Alcohol drinken zonder daarbij te eten, kan hypoglycemie veroorzaken in mensen met diabetes die insuline of insulinestimulerende medicatie gebruiken (dit geldt niet voor het gebruik van GLP-1 analogen).169 Een lage bloedsuikerspiegel na alcoholconsumptie is vooral een risico wanneer er weinig koolhydraten beschikbaar zijn zoals bij mensen die vasten of een koolhydraatarm dieet volgen. Daarom is alcoholconsumptie tijdens de maaltijd de beste keuze voor mensen met diabetes die insuline of insulinestimulerende medicatie gebruiken.170

Risico op coronaire hartziekten
Mensen met diabetes hebben een groter risico op coronaire hartziekten (CHZ).171 Alcoholconsumptie van 18 g of meer per dag verlaagt het risico op CHZ met 40% en het relatieve sterfterisico door CHZ met 66% vergeleken met niet-drinkers.172Een follow-up studie liet een relatieve risicoreductie van 61% op CHZ zien bij een alcoholconsumptie van 100–200 g per week.173

Het risico op neuropathie, retinopathie en nefropathie
Naast een grotere kans op problemen met de grote bloedvaten (macrovasculair) waardoor coronaire hartziekten kunnen ontstaan, hebben mensen met diabetes ook een verhoogd risico op het ontwikkelen van microvasculaire complicaties (van de kleine bloedvaten) zoals neuropathie (schade aan de zenuwen), retinopathie (schade aan de retina van het oog) en nefropathie (aandoeningen aan de nieren). Alcoholconsumptie van 30–70 g alcohol per week kan het relatieve risico op deze complicaties met 40% of meer verminderen.174

Wat is type 1 diabetes?
Van alle diabetespatiënten wereldwijd heeft ongeveer 10% diabetes type 1. Bij dit type diabetes is er een gebrekkige insulineproductie door auto-immune beschadiging van cellen in de alvleesklier. Insuline is een hormoon, geproduceerd door de alvleesklier, dat de opname van glucose uit het bloed reguleert. Het is onbekend hoe type 1 diabetes is te voorkomen en de behandeling bestaat uit dagelijkse toediening van insuline.

Wat is diabetes type 2?
Diabetes type 2 is een aandoening waarbij het lichaam eerst ongevoelig wordt voor insuline (zie figuur 8). Door deze ongevoeligheid stijgt de insulineproductie, wat weer kan leiden tot een verminderde afscheiding van insuline door de alvleesklier. Dit leidt tot hoge bloedsuikerspiegels (hyperglykemie) waardoor zenuwen en bloedvaten op den duur schade oplopen.145

Wat zijn de risicofactoren voor diabetes type 2?
Levensstijlfactoren die het risico op diabetes type 2 verhogen, zijn voornamelijk ernstig overgewicht147 en onvoldoende bewegen. Het laatste kan insulinegevoeligheid verlagen en vetzucht verhogen.175 Andere risicofactoren zijn overconsumptie van geraffineerde koolhydraten en verzadigde vetten, weinig fruit en groenten, veel zout en roken.147,176

Figuur 8. Diabetes type 2 uitgelegd

Glycemische respons
De glycemische respons (GR) is de bloedsuikerwaarde als reactie op het eten van een voedingsmiddel of maaltijd met koolhydraten.

Glycemische index
De glycemische index (GI) is de GR gemeten binnen een periode van twee uur na het eten van een voedingsmiddel dat 50 g (soms 25 g) koolhydraten bevat. De GI van een voedingsmiddel wordt uitgedrukt als percentage van de GR na 50 (of 25 g) koolhydraten van een referentieproduct. Het referentieproduct kan bestaan uit een glucoseoplossing of uit witbrood: de ‘glucoseschaal’ of de ‘broodschaal’. Voedsel met een hoge GI (≥ 70) bevat koolhydraten die snel worden verteerd en omgezet, in tegenstelling tot voedsel met een lage GI (≤ 55).

Glycemische lading
De glycemische lading (GL) is de hoeveelheid koolhydraten in een bepaalde hoeveelheid van een voedingsmiddel, vermenigvuldigd met de GI ervan: (GI × koolhydraten (g))/100. Voedsel met een GL ≤ 10 heeft een lage GL, voedsel met een GL ≥ 20 een hoge.

Risico op diabetes type 2
Uit populatiestudies blijkt dat een dieet met een hoge GI of GL samenhangt met een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 en coronaire hartziekten. Een voedingspatroon daarentegen met een lage GI of GL, heeft een positief effect op de insulinegevoeligheid, het lipideprofiel en ontstekingsfactoren, waaronder het C-reactieve proteïne.177

Bier: hoge glycemische index versus een laag diabetesrisico
Bier is een voedingsmiddel met een hoge GI. De GI van pils is ongeveer 100,178,179 vergelijkbaar met de GI van aardappelen of ontbijtgranen.180 Toch is de GL van bier slechts 7,5. Dit komt doordat bier weinig koolhydraten bevat (7,5 g koolhydraten per 250 ml*). In vergelijking met andere producten: een glas frisdrank heeft een GI van 63 en een GL van 16; een gekookte aardappel van 150 g heeft een GI van 96 en een GL van 24.180 Hoewel voedingspatronen met een hoge GI of GL samenhangen met een verhoogd risico op diabetes,181 wordt alcoholconsumptie tot 24 g per dag juist geassocieerd met een lager risico op diabetes.149-151 Dit komt waarschijnlijk omdat bier, als het samen met een koolhydraatrijke maaltijd wordt genuttigd, het glucosepeil na afloop van de maaltijd verlaagt. De alcohol remt de productie van glucose door de lever acuut af en daardoor pieken de bloedsuikerspiegels minder dan verwacht na een maaltijd. Het resultaat is stabielere bloedsuikerspiegels, dus een lagere GR, waardoor het risico op diabetes type 2 daalt.182 Omdat alcoholhoudende dranken vaak met een maaltijd worden genuttigd, lijkt het er op dat het gunstige effect op de GR belangrijker is dan de GI van het bier zelf, als het gaat om het risico op diabetes. 

* Gebaseerd op 2,5 g koolhydraten per 100 ml. Dit kan per variëren per biersoort.

Onthoud: De meeste mensen met diabetes kunnen veilig bier drinken, mits met mate
De aanbevelingen voor alcoholconsumptie voor mensen met diabetes zijn dezelfde als voor de algemene bevolking,183 of ze nu medicijnen gebruiken of niet. Mensen die insuline of insulinestimulerende medicatie gebruiken, moeten zich wel bewust zijn van de hypoglycemische (bloedsuikerverlagende) effecten van alcohol. Bij matige alcoholconsumptie tijdens de maaltijd echter, zijn de effecten op de bloedsuikerspiegels minimaal.170 Matige alcoholconsumptie kan de bloedsuikerspiegel verbeteren en bovendien zorgen voor een lager risico op zowel hart- en vaataandoeningen als sterfte bij mensen met diabetes.170,172,173

Bronnen

  1. WHO Europe | Diabetes [Internet]. Geciteerd aug 2015. Ontleend aan: www.euro.who.int/en/health-topics/noncommunicable-diseases/diabetes/diabetes
  2. Tamayo T, Rosenbauer J, Wild SH e.a. (2014). Diabetes in Europe: an update. Diabetes Res Clin Pract, 103(2):206-217.
  3. Hu FB, Manson JE, Stampfer MJ e.a. (2001). Lifestyle, and the risk of type 2 diabetes mellitus in women. N Engl J Med, 345(11):790-797.
  4. Gray SP en Jandeleit-Dahm K. (2014). The pathobiology of diabetic vascular complications - cardiovascular and kidney disease. J Mol Med, 92(5):441-452.
  5. Koppes LL, Dekker JM, Hendriks HF e.a. (2005). Moderate alcohol consumption lowers the risk of type 2 diabetes: a meta-analysis of prospective observational studies. Diabetes Care, 28(3):719-725.
  6. Baliunas DO, Taylor BJ, Irving H e.a. (2009). Alcohol as a risk factor for type 2 diabetes: A systematic review and meta-analysis. Diabetes Care, 32(11):2123-2132.
  7. Beulens JW, van der Schouw YT, Bergmann MM e.a. (2012). Alcohol consumption and risk of type 2 diabetes in European men and women: influence of beverage type and body size: The EPIC-InterAct study. J Intern Med, 272(4):358-370.
  8. Knott C, Bell S en Britton A (2015). Alcohol consumption and the risk of type 2 diabetes: A systematic review and dose-response meta-analysis of more than 1.9 million individuals from 38 observational studies. Diabetes Care, 38(9):1804-1812.
  9. Mumenthaler MS, Taylor JL, O'Hara R e.a. (1999). Gender differences in moderate drinking effects. Alcohol Res Health, 23(1):55-64.
  10. Sieri S, Agudo A, Kesse E e.a. (2002). Patterns of alcohol consumption in 10 European countries participating in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC) project. Public Health Nutr, 5(6B):1287-1296.
  11. Joosten MM, Chiuve SE, Mukamal KJ e.a. (2011). Changes in alcohol consumption and subsequent risk of type 2 diabetes in men. Diabetes, 60(1):74-79.
  12. Joosten MM, Grobbee DE, van der A DL e.a. (2010). Combined effect of alcohol consumption and lifestyle behaviors on risk of type 2 diabetes. Am J Clin Nutr, 91(6):1777-1783.
  13. Beulens JW, Rimm EB, Hu FB e.a. (2008). Alcohol consumption, mediating biomarkers, and risk of type 2 diabetes among middle-aged women. Diabetes Care, 31(10):2050-2055.
  14. Snijder MB, Heine RJ, Seidell JC e.a. (2006). Associations of adiponectin levels with incident impaired glucose metabolism and type 2 diabetes in older men and women: the hoorn study. Diabetes Care, 29(11):2498-2503.
  15. Li S, Shin HJ, Ding EL e.a. (2009). Adiponectin levels and risk of type 2 diabetes: a systematic review and meta-analysis. JAMA, 302(2):179-188.
  16. Hung J, McQuillan BM, Thompson PL e.a. (2008). Circulating adiponectin levels associate with inflammatory markers, insulin resistance and metabolic syndrome independent of obesity. Int J Obes, 32(5):772-779.
  17. Turer AT, Khera A, Ayers CR e.a. (2011). Adipose tissue mass and location affect circulating adiponectin levels. Diabetologia, 54(10):2515-2524.
  18. Schrieks IC, Heil AL, Hendriks HF e.a. (2015). The effect of alcohol consumption on insulin sensitivity and glycemic status: a systematic review and meta-analysis of intervention studies. Diabetes Care, 38(4):723-732.
  19. Siler SQ, Neese RA en Hellerstein MK (1999). De novo lipogenesis, lipid kinetics, and whole-body lipid balances in humans after acute alcohol consumption. Am J Clin Nutr, 70(5):928-936.
  20. Avogaro A, Watanabe RM, Gottardo L e.a. (2002). Glucose tolerance during moderate alcohol intake: insights on insulin action from glucose/lactate dynamics. J Clin Endocrinol Metab, 87(3):1233-1238.
  21. Kraegen EW en Cooney GJ (2008). Free fatty acids and skeletal muscle insulin resistance. Curr Opin Lipidol, 19(3):235-241.
  22. Hendriks HF (2007). Moderate alcohol consumption and insulin sensitivity: observations and possible mechanisms. Ann Epidemiol, 17(5):S40-S42.
  23. Romeo J, Wärnberg J e.a. (2007). Moderate alcohol consumption and the immune system: a review. Br J Nutr, 98(S1):S111-S115.
  24. Wang X, Bao W, Liu J e.a. (2013). Inflammatory markers and risk of type 2 diabetes: a systematic review and meta-analysis. Diabetes Care, 36(1):166-175.
  25. Turner BC, Jenkins E, Kerr D e.a. (2001). The effect of evening alcohol consumption on next-morning glucose control in type 1 diabetes. Diabetes Care, 24(11):1888-1893.
  26. Howard AA, Arnsten JH en Gourevitch MN (2004). Effect of alcohol consumption on diabetes mellitus: a systematic review. Ann Intern Med, 140(3):211-219.
  27. Zhang PY (2014). Cardiovascular disease in diabetes. Eur Rev Med Pharmacol Sci, 18(15):2205-2214.
  28. Koppes LL, Dekker JM, Hendriks HF e.a. (2006). Meta-analysis of the relationship between alcohol consumption and coronary heart disease and mortality in type 2 diabetic patients. Diabetologia, 49(4):648-652.
  29. Beulens JW, Algra A, Soedamah-Muthu SS e.a. (2010). Alcohol consumption and risk of recurrent cardiovascular events and mortality in patients with clinically manifest vascular disease and diabetes mellitus: the Second Manifestations of ARTerial (SMART) disease study. Atherosclerosis, 212(1):281-286.
  30. Beulens JW, Kruidhof JS, Grobbee DE e.a. (2008). Alcohol consumption and risk of microvascular complications in type 1 diabetes patients: the EURODIAB Prospective Complications Study. Diabetologia, 51(9):1631-1638.
  31. Wannamethee SG, Shaper AG en Alberti KG (2000). Physical activity, metabolic factors, and the incidence of coronary heart disease and type 2 diabetes. Arch Intern Med, 160(14):2108-2116.
  32. WHO Europe | Diabetes - Data and statistics [Internet]. Geciteerd 21 Sep 2015. Ontleend aan: www.euro.who.int/en/health-topics/noncommunicable-diseases/diabetes/data-and-statistics
  33. Augustin LS, Kendall CW, Jenkins DJ e.a. (2015). Glycemic index, glycemic load and glycemic response: An International Scientific Consensus Summit from the International Carbohydrate Quality Consortium (ICQC). Nutr Metab Cardiovasc Dis, 25(9):795-815.
  34. Hätönen KA, Virtamo J, Eriksson JG e.a. (2012). Modifying effects of alcohol on the postprandial glucose and insulin responses in healthy subjects. Am J Clin Nutr, 96(1):44-49.
  35. Sluik D, Atkinson F, Brand-Miller J e.a. (2015). The glycemic index of beer and its contribution to dietary glycemic index and glycemic load in the Netherlands. [Internet]. International Conference on Diet and Activity Methods, p. 90. Ontleend aan: www.icdam9australia.com/download/final/ICDAM2015-Abstract-Book.pdf
  36. Glycemic Index [Internet]. Geciteerd 21 sept 2015. Ontleend aan: www.glycemicindex.com/
  37. Bhupathiraju SN, Tobias DK, Malik VS e.a. (2014). Glycemic index, glycemic load, and risk of type 2 diabetes: results from 3 large US cohorts and an updated meta-analysis. Am J Clin Nutr, 100(1):218-232.
  38. Brand-Miller JC, Fatema K, Fatima K e.a. (2007). Effect of alcoholic beverages on postprandial glycemia and insulinemia in lean, young, healthy adults. Am J Clin Nutr, 85(6):1545-1551.
  39. Mann JI, De Leeuw I, Hermansen K e.a. (2004). Evidence-based nutritional approaches to the treatment and prevention of diabetes mellitus. Nutr Metab Cardiovasc Dis, 14(6):373-394.
Factsheet:
Subscribe to Diabetes type 2