Kan zelfs matige alcoholconsumptie het risico op een beroerte verhogen?

In The Lancet is een interessante studie verschenen die het risico van alcoholconsumptie op vaatziekten in Chinezen onderzoekt, door de conventionele epidemiologische benadering te vergelijken met een nieuwere methode die gebruik maakt van genetische variatie. Resultaten van de conventionele methode vertonen de bekende J-vormige relatie tussen alcoholconsumptie en het risico op een beroerte. Met de nieuwere genetische methode wordt de relatie echter lineair, wat zou betekenen dat matige alcoholconsumptie helemaal geen beschermend effect heeft. Maar is deze zogenoemde Mendelian randomization betrouwbaarder dan de conventionele?

De studie1 omvatte meer dan 500.000 Chinezen die gedurende 10 jaar zijn gevolgd. De resultaten zijn echter alleen gebaseerd op de mannen, omdat de vrouwen in deze Chinese populatie nauwelijks alcohol dronken.

Conventionele methode
Epidemiologische onderzoeken, gebaseerd op zelfgerapporteerde alcoholconsumptie, vinden vaak een beschermend effect op een beroerte door matige alcoholconsumptie (1-2 drankjes per dag), in vergelijking met niet-drinkers en overmatige drinkers.

Met de conventionele methode vonden de auteurs van deze studie ook een J-vormige curve onder de ruim 200.000 mannelijke deelnemers. Dit impliceert een beschermend effect van matige alcoholconsumptie. 

Een vaak gebruikt argument tegen het bestaan van de J-vormige relatie is dat mensen die gestopt zijn met drinken vanwege gezondheidsproblemen worden meegenomen in de controlegroep. De J-vorm was echter nog steeds aanwezig toen deze zogenaamde ‘sick-quitters’ uit de vergelijking werden gehaald.

Genetische benadering
Wat als we genetische gegevens meenemen? Van alle deelnemers werd bij ongeveer 150.000 willekeurige mensen gescreend op mutaties in twee specifieke genen die coderen voor belangrijke enzymen betrokken bij de afbraak van alcohol (alcohol dehydrogenase: ADH en aldehyde dehydrogenase: ALDH)

Wanneer je een mutatie in deze genen hebt, is het tussenproduct in de afbraak van alcohol, aceetaldehyde, langer aanwezig in het lichaam, waardoor je de typische katersymptomen krijgt: misselijkheid, braken, en hoofdpijn. Deze mutaties komen nauwelijks in Europa voor, maar vrij vaak in China.

Vanwege deze katersymptomen drinken mensen met deze genetische mutatie meestal minder alcohol; een reden waarom deze mutaties als goede proxy voor alcoholinname worden gezien. En omdat de genetische varianten willekeurig worden toegewezen aan de populatie, zou het verstorende factoren minimaliseren.

Mendelian randomization
De gescreende deelnemers zijn aan de hand van onderzoeksgebied (10 regio’s) en de genetische varianten van de hiervoor genoemde ADH- en ALDH-genen ingedeeld in 90 groepen. Van elk van die groepen is de gemiddelde alcoholconsumptie berekend op basis van de zelfgerapporteerde inname. Het zijn deze gemiddelde alcoholconsumpties die uiteindelijk zijn gebruikt om 6 categorieën van alcoholconsumptie te creëren. Deze methode van categorisatie op basis van genen wordt Mendelian randomizationgenoemd.  

Lineair verband
Van de gescreende mannen (60.000) bleek op basis van deze categorieën het risico op een beroerte lineair toe te nemen met alcoholconsumptie. "Eén of twee drankjes per dag verhogen het risico op een beroerte met ongeveer 10-15%", zegt2 prof. Richard Peto, co-auteur van het onderzoek. Dit zou suggereren dat geen enkele hoeveelheid alcohol een beschermend effect heeft. 

Kanttekeningen
Allereerst zijn de bevindingen van deze studie gebaseerd op Chinese mannen die vooral sterkedrank drinken. De vraag is of dit kan worden vertaald naar de Europese bevolking.

En net zoals er tekortkomingen zijn aan de conventionele methode (bijvoorbeeld geen informatie over drinkpatronen), is er ook discussie over deze vrij nieuwe methode van Mendelian randomization.  

In hoeverre is de indeling in de zes categorieën representatief voor de hoeveelheid die mensen daadwerkelijk drinken? De niet-drinkers (waar het risico op een beroerte hoger voor zou moeten zijn dan voor matige-drinkers) zijn bijvoorbeeld sterk verspreid over de categorieën. In de categorie die gemiddeld 78 gram per week drinkt (ongeveer 1 glas per dag), zitten ook mensen die helemaal niet drinken (12,4%), maar ook mensen die véél meer drinken (8,8% uit deze groep drinkt meer dan 4 glazen per dag).

Meer onderzoek naar de toepassing van Mendelian randomization in alcoholonderzoek is zeker welkom. 

Referenties:
1: Millwood et al. (2019) Conventional and genetic evidence on alcohol and vascular disease aetiology: a prospective study of 500.000 men and women in China
2: The Guardian. Even low alcohol consumption is bad news for strokes - study. Geraadpleegd op 5 April 2019

Fotocredits: 'brain' van VSRao