Alcoholonderzoek

Om de effecten van matige alcoholconsumptie op de gezondheid te onderzoeken zijn er verschillende onderzoeksmethodes. Hier leggen we uit welke vormen van onderzoek gangbaar zijn en welke plus- en minpunten deze methodes hebben.

Welke onderzoeksmethodes bestaan er voor alcoholonderzoek?

Experimenteel onderzoek

Interventiestudie

Dierstudies

Observationeel onderzoek

Populatieonderzoek

Mendeliaanse randomisatie

Overzichtsstudies

Systematische reviews

Meta-analyse

Welke onderzoeken leveren het sterkste bewijs?

Aandachtspunten specifiek voor alcoholonderzoek

Hoeveel drinkt iemand echt?

De hypothese van de zieke niet-drinker

De hypothese van de gezonde matige drinker

Welke onderzoeksmethodes bestaan er voor alcoholonderzoek?

Het effect van alcohol op de gezondheid kan in een experimentele of observationele setting worden onderzocht. Bij experimenteel onderzoek (interventieonderzoek) laten de onderzoekers deelnemers bewust een bepaalde hoeveelheid alcohol consumeren om te achterhalen wat voor effecten dit heeft. Bij observationeel onderzoek kijken de onderzoekers alleen naar verbanden (associaties) tussen bijvoorbeeld alcoholconsumptie en het krijgen van aandoeningen. Ze veranderen niets aan de situatie van de deelnemers. Ook de relatief nieuwe vorm van onderzoek op basis van genetische verschillen (Mendeliaanse Randomisatie) is een vorm van observationeel onderzoek. Bevindingen van experimentele en observationele studies kunnen worden samengevoegd in overzichtsstudies zoals systematische reviews en meta-analyses.

Experimenteel onderzoek

Interventiestudie

In een interventiestudie worden leefstijlfactoren gevarieerd om te zien wat voor effect dit heeft op het lichaam. Interventiestudies kunnen zo inzicht geven in de invloed van deze factoren op biologische mechanismen waardoor het hogere of lagere risico op een bepaalde aandoening of ziekte kan worden verklaard. Voor alcoholonderzoek houdt dit in dat er wordt gekeken wat voor een effect een periode alcohol drinken heeft ten opzichte van niet drinken, op bijvoorbeeld bloedwaardes zoals glucose en cholesterol. Andere leefstijlfactoren worden tijdens het onderzoek zoveel mogelijk hetzelfde gehouden.

Kwaliteit van interventiestudies
De kwaliteit van experimenteel onderzoek hangt af van hoe goed het onderzoek is opgezet. In een ideale situatie veranderen onderzoekers bewust één factor en houden andere factoren die mogelijk van invloed zijn hetzelfde (controlled), bijvoorbeeld door de rest van het dieet hetzelfde te houden. Daarnaast worden de deelnemers vaak op basis van toeval (meestal door een computer) ingedeeld in groepen (groep die alcohol krijgt of groep die geen alcohol krijgt). Dit heet randomisatie. Dit resulteert dan in een RCT (Randomised Controlled Trial; gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek) die gezien wordt als interventieonderzoek met grote bewijskracht. 
De bewijskracht wordt groter wanneer de onderzoekers een cross-over opzet gebruiken. De deelnemers drinken dan zowel een periode alcohol als een periode geen alcohol en na elke periode worden metingen gedaan. De uitkomsten van één persoon kunnen dan worden vergeleken, wat het onderzoek nog sterker maakt.1 

Pluspunten
•    Gecontroleerde setting, minder verstorende factoren
•    Oorzakelijke verbanden
•    Mechanisme kan worden aangetoond dat een verband uit observationeel onderzoek kan verklaren

Minpunten
•    Kostbaar en tijdrovend
•    Niet de aandoening, maar biologische markers die kunnen leiden tot de aandoening zijn de meetpunten

Dierstudies

Over het algemeen zijn resultaten van dierstudies niet een-op-een te vertalen naar mensen. Maar in sommige gevallen zijn experimenten met mensen ethisch onverantwoord, omdat de hoeveelheid alcohol die gedronken moet worden te hoog is of omdat er invasief lichamelijk onderzoek voor nodig is. In die gevallen kunnen dierstudies uitkomst bieden. Een voorbeeld is onderzoek naar het mechanisme achter het effect van alcohol op het krijgen van kanker.
Naast dierstudies bestaan er ook celstudies (in vitro; buiten het lichaam). Ook hier zijn de resultaten niet zo maar te vertalen naar mensen. We laten deze studies hier verder buiten beschouwing.

Pluspunten
•    Geschikt bij hoeveelheden alcohol die niet op mensen getest kunnen worden
•    Meer dan alleen bloedonderzoek mogelijk, bijvoorbeeld ook effecten op organen meetbaar

Minpunten
•    Resultaten zijn niet een-op-een te vertalen naar mensen
•    Ethische bezwaren

Observationeel onderzoek

Populatieonderzoek

Een vorm van observationeel onderzoek is populatieonderzoek. In een populatieonderzoek wordt in een grote groep mensen bekeken wat de effecten van hun leefstijl zijn op het risico op een bepaalde aandoening of ziekte. Op één of meerdere tijdstippen bekijken de onderzoekers wie een bepaalde ziekte heeft en wie niet, en welke leefstijlfactoren hierin mogelijk een rol spelen. Het doel van populatieonderzoek is dus om gemeenschappelijke factoren te ontdekken in de leefstijl die geassocieerd kunnen zijn met het wel of niet krijgen van een bepaalde aandoening. Het is onmogelijk om alle factoren in het onderzoek na te vragen. Sommige factoren kunnen over het hoofd worden gezien en er kunnen onterecht factoren worden verbonden met het ziekterisico. Daarom kunnen populatiestudies geen oorzakelijk verband aantonen.

Cohort, case-control en cross-sectioneel
Een vorm van populatieonderzoek is cohortonderzoek. Bij cohortonderzoek volgen onderzoekers een grote groep mensen een tijd lang. Bij prospectief cohortonderzoek vragen onderzoekers op een bepaald moment om een vragenlijst in te vullen. Soms meten ze ook bijvoorbeeld gewicht, lengte en bloeddruk, of nemen ze bloed af. Vaak herhalen ze dit in de loop van de tijd. Jaren later kijken de onderzoekers of er een ziekte is ontstaan.
Bij retrospectief cohortonderzoek en case-control onderzoek (patiënt-controle onderzoek) kijken onderzoekers juist naar het verleden. Bij een retrospectieve cohort kijken onderzoekers naar het verleden en zoeken naar relaties tussen bijvoorbeeld alcoholconsumptie en bepaalde ziektes. Bij case-control onderzoek kijken onderzoekers naar het verleden van mensen met een bepaalde ziekte en vergelijken dit met mensen die lijken op de zieke mensen, maar niet ziek zijn.
Bij cross-sectioneel onderzoek nemen onderzoekers op een specifiek moment een dwarsdoorsnede van een groep mensen. Bij elke persoon meten ze bijvoorbeeld de bloeddruk en daarnaast worden vragen gesteld over bijvoorbeeld de hoeveelheid alcohol die deze persoon drinkt per dag. Er kan nu worden bekeken of er een verband is tussen deze twee factoren1.

Pluspunten
•    Grote groepen mensen mogelijk
•    Langlopende studies mogelijk
•    Daadwerkelijke aandoeningen als meetpunt

Minpunten
•    Geen oorzakelijke verbanden
•    Verstorende factoren kunnen vertekening geven

Mendeliaanse randomisatie

Mendeliaanse randomisatie (ook wel Mendelian randomisation, MR) is een methode om de invloed van risicofactoren op een ziekte vast te stellen. Maar in plaats van de blootstelling aan een risicofactor zelf (in dit geval alcoholconsumptie), gebruiken de wetenschappers variaties in gerelateerde genen als voorspelling van die blootstelling. Voor alcoholonderzoek is deze methode relatief nieuw en zijn wetenschappers het nog niet eens of en hoe deze methode geschikt is om toe te passen. Lees er hier meer over.

Pluspunten
•    Door willekeurige verdeling van genen zijn onderzoeksgroepen ook willekeurig en worden leefstijlfactoren uitgesloten
•    Eventueel mogelijk om oorzakelijke verbanden aan te tonen

Minpunten
•    Nog vraagtekens of en hoe deze methode geschikt is om toe te passen in alcoholonderzoek

Overzichtsstudies

Observationele en experimentele studies kunnen samengevoegd worden tot overzichtsstudies zoals een systematische review of een meta-analyse.

Systematische reviews

Een systematische review is een gedetailleerde en uitgebreide literatuurstudie waarin de bestaande wetenschappelijke literatuur wordt samengevoegd en eventueel geanalyseerd. Het doel van de systematische review is het proberen te vinden van sterkere verbanden tussen de resultaten van de bestudeerde onderzoeken. 

Pluspunten
•    Sterker bewijs doordat meerdere data samen worden gevoegd

Minpunten
•    Geen statistische analyses

Er bestaat ook een type review die niet systematisch is. De auteurs zoeken dan niet systematisch naar literatuur, maar maken een beschrijving van wat er in bestaande literatuur is gevonden. Het bewijs van een systematische review is sterker dan van een niet-systematische review, omdat de literatuur op een systematische manier wordt gezocht.

Meta-analyse

De meta-analyse is een statistische analyse van de gecombineerde data uit de systematische review. Niet alle systematische reviews zijn geschikt om meta-analyses op uit te voeren. 

Pluspunten
•    Sterkere verbanden doordat meerdere data samen worden gevoegd

Minpunten
•    Resultaten van verschillende studies kunnen niet altijd zo maar met elkaar vergeleken worden


Welke onderzoeken leveren het sterkste bewijs?

Meta-analyses op basis van goed uitgevoerde observationele studies vormen sterk bewijs over associaties die bestaan. In combinatie met meta-analyses van experimentele studies die het mechanisme achter de associaties verklaren, leveren deze studies het sterkste bewijs. Hoe sterk het bewijs is van alcoholonderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van Mendeliaanse Randomisatie, is op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Lees er hier meer over. Figuur 1 toont de bewijskracht van belangrijke soorten onderzoek van laag naar hoog.

Figuur 1: Hiërarchie van wetenschappelijk bewijs

Aandachtspunten specifiek voor alcoholonderzoek

Naast de algemene plus- en minpunten van de verschillende onderzoeksmethodes zijn er ook een aantal aandachtspunten die specifiek gelden voor onderzoek naar matige alcoholconsumptie en gezondheid. We lichten ze toe.

Hoeveel drinkt iemand echt?

Een probleem bij alcoholonderzoek is dat er geen consensus is over hoe de werkelijke alcoholconsumptie vast te stellen. Gegevens zijn vaak gebaseerd op zelfrapportage, wat kan leiden tot misclassificatie. Er is vaak onderrapportage van alcoholconsumptie, met name bij zwaardere drinkers.2 Hierdoor kan de drempel voor gezondheidsschade door alcoholconsumptie lager liggen dan hij daadwerkelijk is. Dit wordt geïllustreerd in een studie die laat zien dat hoge bloeddruk bij mensen die 1–2 glazen per dag dronken, feitelijk vooral voorkwam bij vermoedelijke onderrapporteerders.3

Bovendien is navraag naar alcoholconsumptie vaak een momentopname. Niemand drinkt zijn hele volwassen leven lang elke dag dezelfde hoeveelheid. Ook kunnen er verschillen zijn in het drinkpatroon, bijvoorbeeld in de hoeveelheden alcohol die doordeweeks of in het weekend worden gedronken. Daar komt nog bij dat glazen en verpakkingen verschillende maten en alcoholpercentages hebben. Dat maakt het voor mensen lastig in te schatten hoeveel alcohol er precies gedronken is.

De hypothese van de zieke niet-drinker

In sommige onderzoeken wordt binnen de groep niet-drinkers geen onderscheid gemaakt tussen levenslange geheelonthouders en ex-drinkers. De groep ‘niet-drinkers’ kan daarom ‘zieke niet-drinkers’ (sick quitters) bevatten: mensen die vanwege problemen met hun gezondheid gestopt zijn met drinken.4 De hypothese is dat door de ex-drinkers in de niet-drinkers groep de suggestie wordt gewekt dat matig drinken voordelen heeft ten opzichte van niet drinken. Uit studies die ex-drinkers wel apart hielden van mensen die nooit hebben gedronken, blijkt dat de ex-drinkers niet volledig verantwoordelijk zijn voor het voordeel dat matige drinkers lijken te hebben.5 Om betrouwbare resultaten te krijgen uit een studie is het belangrijk om de ex-drinkers uit te sluiten van de niet-drinkers groep.

De hypothese van de gezonde matige drinker

Een andere mogelijke verstorende factor is de veronderstelde gezondere leefstijl van matige drinkers of, omgekeerd, een afwijkend risicoprofiel van niet-drinkers.6,7 Het is lastig om bij observationeel onderzoek alle verstorende factoren uit te sluiten. Daarom zijn er ook onderzoeken gedaan waarbij alleen mensen met een gezonde leefstijl zijn meegenomen. Ook binnen de groep met een gezonde leefstijl blijkt matige alcoholconsumptie het risico op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten en diabetes type 2 te verlagen8,9.

Bronnen

  1. Voedingswetenschap begrijpen, Voedingscentrum, https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/voedingswetenschap-begrijpen... geraadpleegd 20-1-2021.
  2. Naimi TS, Xuan Z, Brown DW e.a. (2013). Confounding and studies of 'moderate' alcohol consumption: the case of drinking frequency and implications for low-risk drinking guidelines. Addiction, 108(9):1534-1543.
  3. Feunekes GI, van 't Veer P, van Staveren WA e.a. (1999). Alcohol intake assessment: the sober facts. Am J Epidemiol, 150(1):105-112.
  4. Klatsky AL en Udaltsova N (2013). Abounding confounding: sick quitters and healthy drinkers. Addiction, 108(9):1549-1552.
  5. Ronksley PE, Brien SE, Turner BJ e.a. (2011). Association of alcohol consumption with selected cardiovascular disease outcomes: a systematic review and meta-analysis. BMJ, 342:d671.
  6. Shaper AG, Wannamethee G, and Walker M (1988). Alcohol and mortality in British men: explaining the U-shaped curve. Lancet, 2(8623):1267-1273.
  7. Jackson R, Broad J, Connor J e.a. (2005). Alcohol and ischaemic heart disease: probably no free lunch. Lancet, 366(9501):1911-1912.
  8. Mukamal KJ, Chiuve SE en Rimm EB (2006). Alcohol consumption and risk for coronary heart disease in men with healthy lifestyles. Arch Intern Med, 166(19):2145-2150.
  9. Joosten MM, Grobbee DE, van der A DL e.a. (2010). Combined effect of alcohol consumption and lifestyle behaviors on risk of type 2 diabetes. Am J Clin Nutr, 91(6):1777-1783.