Sportdiëtist Floris Wardenaar: 'Alcoholconsumptie na inspanning vertraagt de herstelperiode'

Na de wedstrijd nog even de sportkantine in voor een biertje, een befaamde gewoonte van veel sporters. Maar is dit voedingskundig gezien nu wel zo verstandig? Floris Wardenaar, inmiddels sportdiëtist, onderzocht binnen zijn afstudeervak aan de Wageningen Universiteit de invloed van alcohol na inspanning. Hij deed dit onderzoek in samenwerking met Seneca, het Expertisecentrum voor sport en gezondheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Van zowel alcoholconsumptie als van intensief sporten is bekend dat zij de bloedglucosespiegel verlagen.

“Inspanning verhoogt de sensitiviteit van cellen om glucose op te nemen. Dit doet alcohol ook. Hierdoor is er minder insuline nodig om de glucose uit het bloed op te nemen. Bij de combinatie van alcohol en sport zou hierdoor een glucose-dip kunnen ontstaan. Bij bepaalde sporten is het gebruikelijk om (veel) te drinken na de wedstrijd, een aanleiding om te onderzoeken welk effect dit heeft op het herstel en het alcoholpromillage.”

Wat was de onderzoeksopzet?
“Het onderzoek vond plaats onder acht proefpersonen. We lieten eerst de groep proefpersonen gedurende drie kwartier lichamelijke inspanning leveren. Om een optimale lactaatproductie te veroorzaken lieten we de proefpersonen specifieke armtraining doen met behulp van een handbike. Vervolgens lieten we de groep met tussenposes van twintig minuten drie alcoholhoudende consumpties drinken. We wilden een drank die qua alcoholpercentage gelijk was aan bier (±5vol%) omdat dit meestal gedronken wordt na het sporten. Maar we wilden ook een drank die zo min mogelijk andere actieve componenten bevat die de relatie zouden kunnen beïnvloeden. We kozen voor wodka gemengd met frisdrank, om puur het effect van alcohol te kunnen bestuderen. Na de geleverde inspanning en na ieder glas alcoholhoudende drank werd het alcoholpromillage gemeten door middel van een ademtest. De mate van herstel werd na ieder glas gemeten aan de hand van het glucose- en lactaatgehalte in het bloed door een vingerprik. Na een week werd dit experiment herhaald zonder inspanning.”

Wat zijn de belangrijkste conclusies uit je onderzoek?
“Helaas hebben we geen significante verschillen gevonden. Er waren wel duidelijke trends zichtbaar. Het alcoholpromillage was na twee consumpties met inspanning gelijk aan het alcoholpromillage na drie consumpties zonder inspanning. Na drie glazen zonder inspanning lag de piek gelijk aan na twee glazen met inspanning en daarna werd de piek zelfs nog hoger. Het verschil tussen de pieken was niet significant. Vraag is natuurlijk of dit toeval is, maar het was wel opvallend dat alle deelnemers na het sporten sneller dit niveau bereikten dan wanneer geen inspanning geleverd was. Het lijkt er dus op dat alcohol langzamer wordt afgebroken na inspanning, dan wanneer er voorafgaand aan alcoholconsumptie geen intensieve inspanning geleverd wordt. Hieruit zou je dus kunnen concluderen dat na inspanning het effect van alcohol harder aankomt. We hebben geen effect gevonden van alcoholconsumptie na inspanning op het glucosegehalte van het bloed.”

Wat zou het mechanisme kunnen zijn achter dit effect?
“Het effect is mogelijk te verklaren door de interactie van alcohol met het lactaatmetabolisme. Tijdens het sporten komt lactaat vrij, dat moet worden afgebroken. Drink je tegelijkertijd alcohol, dan moet dit ook afgebroken worden. Bij de afbraak van lactaat en alcohol zijn gedeeltelijk dezelfde stoffen betrokken. Hierdoor zou er dus concurrentie kunnen ontstaan, wat zorgt voor een vertraagde afbraak van zowel lactaat als alcohol. De resultaten lieten inderdaad zien dat de lactaatwaarden langdurig verhoogd waren in combinatie met alcoholconsumptie. Normaal gesproken zie je na het sporten al na enkele minuten een daling van het lactaatgehalte. Na alcoholconsumptie zette de daling pas in vanaf 50 minuten na inspanning. Deze verzuring van het lichaam is niet goed voor het herstel. In praktijk kan dit leiden tot een langere herstelperiode, wat resulteert in langer last van de spieren en minder snel weer op vol vermogen kunnen presteren. Het feit dat we geen daling in het glucosegehalte waargenomen hebben, kan verklaard worden door voortzetting van de glycogenolyse, de omzetting van glycogeen in glucose.”

Wat betekenen de uitkomsten van je onderzoek voor de dagelijkse praktijk?
“Ondanks dat deze studie geen significante effecten liet zien, neigt het er naar dat het beter is om na inspanning niet (te veel) alcoholhoudende dranken te drinken. Het komt dan harder aan: twee glazen na het sporten lijkt hetzelfde effect te hebben als drie glazen zonder sporten.

Omdat we geen significant effect gevonden hebben binnen deze studie, zijn de resultaten niet direct vertaald naar praktische adviezen. We begeleiden vanuit de hogeschool sportteams en daar nemen we dit soort gegevens wel mee. We adviseren sportploegen om geen alcohol te drinken na inspanning. Maar dat blijft soms lastig. Bier is toch onderdeel van het sociale gebeuren rondom sport. Eenmaal in de sportkantine vergeten sporters vaak waar de prioriteiten liggen: het aanvullen van vocht, koolhydraten en eiwitten. Grote kans dat mensen daar niet meer aan denken als ze gaan drinken. We adviseren dan om het herstel iets langer de tijd te geven door een cooling down te doen en herstelvoeding te gebruiken alvorens bier te gaan drinken. Vooral binnen de topsport is een goed herstel erg belangrijk. Overigens drinken topsporters over het algemeen helemaal niet tijdens het sportseizoen.”  

Is er nog vervolgonderzoek gedaan of wat voor vervolgonderzoek raad je eventueel aan?
"Er is op dit moment veel interesse in het lactaatmetabolisme en hier wordt regelmatig onderzoek naar gedaan. Naast alcohol zijn er waarschijnlijk ook andere stoffen die interactie hebben met het lactaatmetabolisme. Op dit moment loopt er een vier jaar durend onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van hoogtekamers. Dit stimuleert de anaerobe stofwisseling.

Het zou leuk zijn als er nog eens een vervolgonderzoek komt naar het specifieke effect van alcohol. Dan zou er ook een controlegroep meegenomen kunnen worden die wel inspanning levert maar niet drinkt om te bepalen hoe lang het normaal gesproken duurt voordat de lactaat waarden dalen. Ook zou ik dan een andere vorm van inspanning kiezen, waarbij grotere spiergroepen aangesproken worden. Door grotere hoeveelheden alcohol te laten drinken wordt het effect waarschijnlijk nog groter en blijft het lactaatgehalte langer hoog."